Geschiedenis van de Stellingwerven en Noordwest Overijssel (Steenwijkerland)

Historische feiten, wetenswaardigheden en analyses over de vroegste tijden tot heden


 

De voorouders en de nakomelingen van Tette Doekes van der Lende.

Door Michiel van der Lende

De herkomst van de familienaam

vvOp 14 november l782 kocht ene Doeke Tettes een boerderij, staande aan de noordelijke dijk van de rivier de Lende, in het uiterste zuiden van Friesland. Op de foto hiernaast ziet u een nieuwere boerderij die op dezelfde plaats staat. Deze boerderij draagt dan ook de naam 'Van der Lende zathe'.
In een afschrift van de koopakte staat: "Doeke Tettes begeert op de Coop van eene Sathe (boerderij) en landen, geleegen onder den dorpe Spanga, groot na naam en faam 86 dagmad (= ca 48 hectare) waarvan 53 in Friesland en 33 in Overijssel zijn geleegen, dog gekogt zoo groot en klein de landen zijn, met de Huizinge, schuure en plantagië, begeregtigd met 2 1/2 stem (stemrecht dankzij grondbezit), belast met het quoteele onderhoud der Lendedijken. In Coop bekomen voor de Somma van vijfduizend driehonderd goudguldens. Den 14 November 1782." (Uit: Proclamatieboek l7 van Weststellingwerf, blz.235, 236)
Doeke Tettes leende 1100 caroliguldens (= 9l6 goudguldens) van een schipper uit Heerenveen. In de registratie van de lening staat:
"Doecke Tettes, huijsman (= boer) in Nijehaskerschans woonagtig, bekenne en verklaare bij deesen deugdelijk schuldig te weesen aan Aulus Bartles, schipper, woonagtig op de Heerenwal, de summa van 1100 car.gls, tot afbetaaling der costen van de coop van zeekeren zathe en landen onder Spanga.24 Febr.1784." (Uit: Hypotheekboek U16 Weststellingwerf, blz.10)
Hoewel Doeke Tettes in 1780 nog boer was in Haskerland, waren hij en zijn vader en grootvader afkomstig uit Oldeboorn in de grietenij (gemeente) Utingeradeel in het midden van Friesland.
Doeke is in 1725 te Haskerdijken geboren en hij was de zoon van Tette Hotses en Aaltje Tomas. Hij trouwde op 7 maart 1756 te Oldeboorn met Tyets Hommes. Doeke kocht in 1782 dus de boerderij en land aan de rivier de Lende te Spanga.
Volgens een familie-overlevering had hij door de veepest zijn vorige boerenbedrijf moeten opgeven, maar dankzij een lening van een bevriend zeeman kon Doeke de zathe in Spanga kopen. Er blijkt zoals we hierboven hebben gezien inderdaad een hypotheek-akte te bestaan, waarin Doeke geld leent van de schipper Bartles.
Doeke Tettes had tenminste twee zoons, genaamd Tette en Homme. De ene zoon, Tette Doekes, nam op 29 mei 1798 het boerenbedrijf van zijn vader over. Deze Tette had zich op 22 mei 1795 als volwassene in de kerk van Scherpenzeel (Fr.) laten dopen en hij was op 18 mei 1798 aldaar getrouwd met Trijntje, geboren 15 oktober 1776 te Spanga als dochter van Heijne Anders en Roelof je Alberts. (Uit Boeken Hervormde Gemeente van Scherpenzeel)
Voor het jaar l811 hadden de meeste boerenmensen in Friesland geen familienaam, maar in l811 moest elk gezinshoofd een erfelijke familienaam aannemen. Tette Doekes nam in Weststellingwerf de naam van der Lende aan.
Zijn vader, Doeke Tettes, die inmiddels weer in Oldeboorn was gaan wonen, nam aldaar de naam van der Linden aan, evenals Tette's broer Homme, die, boer in Oldeboorn was geworden.
(In het Stellingwerfs, de streektaal in het zuiden van Friesland, wordt de rivier nu in 1980 nog steeds "de Lende" genoemd, afkomstig van de oude naam "Lenna", terwijl in de Nederlandse taal de riviernaam werd verbasterd tot "de Linde".)

Homme Doekes van.der Linden kreeg drie dochters en één zoon, en die zoon had alleen een dochter, zodat deze naam van der Linden niet werd voortgezet. Tette Doekes van der Lende werd evenwel de stamvader van een uitgebreid geslacht van der Lende. Vele van zijn kinderen, klein- en -achterkleinkinderen waren boer in het zuiden van Friesland. Pas in de 20ste eeuw kozen verscheiden afstammelingen van der Lende ook andere beroepen en woonplaatsen buiten Friesland. In 1968 waren er ongeveer 138 mensen in leven die van geboorte de naam van der Lende droegen en nakomeling van Tette Doekes waren.

Voorgeschiedenis in Oldeboorn

In Oldeboorn was Doekes grootvader Hotse Tettes in het jaar 1700 boer op boerderij nr.65. "Eijgenaer anno 1700: d’old grietman Van Haersma, 10 schar fenlant ende 27 ½ mad Maden ende erven Jan Carstes, 14 schar fenland ende 16 ½ mad maden. Meijer( huurder) : Hotse Tettes. (Uit Floreenboek van Utingeradeel anno 1700, blz.36) Ook in de Floreen(= grond-belasting)boeken van 1708, 1716, 1728 en-1738 staat Hotse Tettes als huurder van boerderij nr 65. In 1748 wordt hij in een volkstellingboek aangeduid als Hotse Tettes de Olde.
Tette Hotses, een zoon van Hotse Tettes, trouwde in 1715. In het Trouwboek van de Hervormde Gemeente van Oldeboorn staat: "Tette Hotses ende Aaltje Tomas, beide van Oldeboren, den 27sten Januari 1715, den 2den Februari en den 9den dito en sijnde na de Middags gecopuleert (= getrouwd)."
Tette was eerst boer te Haskerdijken, later te Oldeboorn, waar Aaltje in 1738 en 1748 als weduwe boerin op boerderij nr.78 was.

Avonturen op de Zuiderzee

Tette Hotses was één van de 14 mannen die op 20 jan. 1729 uit Oldeboorn vertrokken, om met paarden en sleden 128 vaten boter over de dichtgevroren Zuiderzee naar Amsterdam te brengen. Tijdens de heenreis overnachtten zij op het Kampereiland en te Harderwijk. De vierde dag vertrok men uit Amsterdam en men overnachtte te Huizen. Voorbij Harderwijk evenwel bleven Tette Hotses en Tjerk Jochems achter, omdat Tjerks paard niet meer kon lopen. ("De koot is uut het lid.") Omdat er door de harde y/ind steeds meer water op het ijs kwam moest het tweetal met alleen Tette's paard voor twee sleden verder. Tjerks paard moest achterblijven en Tette wilde het doodsteken, aaar Tjerk hield hem tegen. Terwijl de duisternis inviel, kwam het water steeds hoger op het ijs; Tjerk en Tette wilden aan land, maar tussen hen en de wal bevond zich een scheur in het ijs "die wel 40 treed wied was". "Tette zwaaide ineens het peerd met de beide sleden op het diepe water aan en zeide manhaftig tegen Tjerk kom bij mij in de voorste sleed, naar Tjerk was hier traag aan en zeide het kan zien leven niet lukken. Doe gaf Tette Tjerk de zwyp en moest daar wakker met op het peerd slaan, omdat het zoo moe was, en' zoo jaagden zij geweldig op het water aan. en zoo bij het ijs del, zoodat het peerd pas met de kop boven water bleef, en kwamen zoo behouden aan land." De hoofdgroep kon bij de Kuinder alleen met boten aan land komen; de paarden moesten de laatste meters zwemmen. Op 26 jan. 1729 arriveerde de groep weer in Oldeboorn, waar later op die dag Tette Hotses en Tjerk Jochems ook aankwamen. (Uit: een handschrift van Hendrik- Rientzes, die zelf ook meegeweest is.)

Verdere geschiedenis van de boerderij aan de Lindedijk

De boerderij die Doeke Tettes in 1732 kocht, bleef eeuwenlang eigendom van nakomelingen. Van 1793 tot aan Tette's overlijden op 24 april1829 waren Tette Doekes van der Lende en zijn vrouw Trijntje Heinen de eigenaars. In 1825 vond er in Zuid-Friesland en Overijssel een grote overstroming plaats, waarbij 9 mensen omkwamen, waaronder Koendert en Roelofje, kinderen van Trijntje's zuster Jantje Heinen Dijkstra-Beekhous. Tette's boerderij werd licht beschadigd en hij verloor "vijf koeëten hooi". Wel tot in 1849 bleven Trijntje en haar kinderen de gezamenlijke eigenaars van de zathe aan de Lende. Daarna werd de jongste zoon, Siemen Tettes van der Lende, boer op en eigenaar van de boerenplaats. In 1905 kocht diens zoon Machiel de boerderij en ruim 10 hectare land.. De jaren erna kocht hij er nog eens 11 hectare bij. In 1929 kocht zijn zoon Siemen Machiels van der Lende de gehele zathe. Van 1935 tot 1950 huurde Marinus van der Veen (gehuwd met Anna van der Lende) de boerderij van zijn schoonvader. In 1950 kocht Van der Veen de zathe. Bij de algehele verbouwing in 1951 werd in de voorgevel een steen gemetseld, waarop te lezen staat: v/d LENDE- ZATHE . Door enkele aankopen in de jaren erna werd de zathe vergroot tot ongeveer 41 hectare. In 1976 werd de v/d Lende - Zathe door Bouwe van der Veen overgenomen van zjjn ouders.

Voor de volledigheid zij hier vermeld, dat in 1811 de naam van der Lende ook werd aangenomen in de gemeente Weststellingwerf door ene Pieter Roelofs te Spanga en door ene Douwe Tjeerds te Nijlamer en in de gemeente Kuinre door ene Pier Peters. Van hen wonen ook nu enkele -maar slechts weinige - nakomelingen met de naam van der Lende in Friesland en elders.

Samengesteld door: Machiel van der Lende
Meppel, december 1979

lay out pagina:
Piet van der Lende